Berichten van het Moederfront: Kinderperikelen
Posts weergeven met het label Kinderperikelen. Alle posts weergeven
Posts weergeven met het label Kinderperikelen. Alle posts weergeven

05-02-2012

De toekomst van Piet

'Ik wil later wel buur worden mama,' vertrouwde Piet me toe op weg naar school.
'Wát wil je worden?'
'Boer!'
'Dat lijkt me een leuk beroep Piet!' vond ik goedkeurend. 'Lekker buiten en zo!'

'Eten is een makkie, want ze eten gras,' filosofeerde Piet over zijn toekomstige leven. 'Maar wat drinken koeien eigenijk?'
'Water,' wist ik.
'Dan zet ik bij elke koe een bakje water neer 's ochtends. En ik woon dan in een huis in de stad,' vatte Piet zijn toekomst samen.

Ik zie het wel zonnig in. En die koeien malen er niet om of ze hun bakje water van een buur of van een boer krijgen.

06-11-2011

Stoer

Ik liet de kinderen zien hoezeer ik bij de tijd was met mijn nieuwe horloge, en verklaarde dat ik er erg 'stoer' mee uitzag.

'Jij, stóér?' riep Ot, en rolde over de grond van het lachen.
Verbouwereerd over zijn reactie vroeg ik: 'Vind je mij dan niet stoer?' en ik schikte mijn lange rokken wat netter.
Ot kon van het lachen geen woord uitbrengen, maar Jan wist te melden: 'Als je jezelf bent wel.'

'Vind jij mij dan stoer Jan?' wilde ik weten.
'Als je je zelf bent,' herhaalde Jan, die later vast een goede therapeut wordt.

En toen besefte ik: 'Jan is pas stoer.'

27-02-2011

Roddel en achterklap

'Weet je wat ik vervelend vind, Ot?' hoorde ik vertrouwelijk Piets kinderstemmetje. Het bleek een retorische vraag, want hij gaf zelf het antwoord: 'Dat 'Ze' steeds zegt wat we moeten doen!'

Geërgerd hoorde ik het aan, want mijn humeur was zwaar bewolkt, met kans op onweer, na een ochtendje motiveren en stimuleren van de kinderen om hun slaapkamers op te ruimen. En ik wist met donkere zekerheid: 'Die 'Ze', dat ben ik.

'Piet, ik hoor je wel hoor! Roddelen hoort niet!' riep ik vanuit onze slaapkamer, waar de stofwolken om mijn hoofd woeien. En ik verbeet me in stilte, omdat blijkbaar zelfs mijn kleinste kind, het stadium van onvoorwaardelijke adoratie had verlaten.

Maar toen hoorde ik plotseling Jans bromstem: 'Roddelen mag niet, Ot en Piet!'
'Maar ik zei niks!' sputterde Ot.
'Maar je luisterde wél!' vond Jan. 'En dat maakt jou medeplichtig.'
In stilte juichte ik Jan toe: eindelijk kwam er eens iemand voor míj op. De geplaagde, ondergewaardeerde moeder!
'Wat is dat, 'medeplichtig'?' wilde Ot weten.
Het bleef lang stil. Uiteindelijk besloot Jan tot:'Dat je stom bent, en nu ga ik weer naar mijn kamer,' en ik hoorde hem wegstommelen.

Na een tijdje hoorde ik opnieuw Piets stemmetje: 'Weet je wat ik stom vind Ot? Dat Jan jou stom vindt.'

Ik hoop maar dat ik niet medeplichtig ben omdat ik luisterde.

11-11-2010

Toekomstperspectief

Piet (7) zit momenteel in een fase van plechtige onderbouwing van verschillende stellingen, die hij graag puntsgewijs toelicht.

'Er zijn twee redenen waarom ik kóude chocomelk wil mama!' verkondigde hij gewichtig, en keek mij vorsend aan, of ik wel oplette.
'Eén: ik heb het warm. Twee: anders heb ik altijd warme chocomelk.'
Bij zulke, prachtig sluitende, argumentatie kun je als moeder alleen maar knikken.

Vanochtend deed hij zijn zienswijze over 'gevaarlijk fietsen' uit de doeken.
'Er zijn drie manieren waarop fietsen gevaarlijk is, mama. Eén: als je fietst met een paraplu. Twee: als je fietst met zonder handen, en drie: als je fietst met je ogen dicht.'

Ik voorzie een groot toekomst voor mijn Piet als orator. En wel hierom. 'Een: omdat hij mijn zoon is. Twee: omdat ik hem zo lief vind, en drie: Daarom.'

25-10-2010

Praten met kinderen

'Weet je wat je écht niet wilt, mama?' vroeg Piet (7) op weg naar school, zijn handje vertrouwelijk in de mijne.
'Nou?'
'Gebroken benen.'
Ik knikte begrijpend.
Maar Piet was nog niet klaar. 'En gebroken handen! Want dan moet je de hele dag op dezelfde plaats blijven.'
'Nee, dat is niet zo fijn inderdaad,' vond ik ook.

'Dan hoef je zeker niet naar school hè mama?'
Plotseling beviel de richting die dit gesprek uitging mij niet. Ik zag Piet al van ons dak springen ten einde zijn benen en armen te breken om niet meer naar school te hoeven. Dus zei ik kernachtig: 'Je moet altijd naar school. Ook met gebroken benen en handen.'

'Maar dan kun je daar toch niets doen?'
'Je kunt altijd nog lezen!'
'Dan moet iemand je naar je tafeltje rijden, en dan moet je daar de hele dag zitten, want je kunt niet weg,' peinsde Piet.
'En dat is helemáál niet leuk!' benadrukte ik.

Het was even stil.
Toen vroeg Piet: 'Mama, mag ik een rolstoel?'
'Als hij een rolstoel krijgt dan wil ik een elektrische rolstoel' riep luie Ot.

07-09-2010

Tafelconversatie, en wat is PDD-NOS?

'Jan waarom zit jij eigenlijk niet ook op Het Rietveld, als je dezelfde opleiding doet als Maartje?' informeerde Teuntje plotseling terwijl ze een sliert kinderspaghetti naar binnen slurpte.
'Omdat ik zo geweldig ben,' bromde Jan.
'Nee, serieus,' drong Teuntje aan.
'Omdat ik zo geweldig ben!' herhaalde Jan.

'Ik weet het!' kwam Maartje. 'Het is omdat je PDD-NOS hebt.'
'Huh?' vroeg Jan, en zag er uit alsof hij het in Keulen hoorde donderen.
'Wat is dat dan?' wilde Teuntje weten. En Jan riep: 'Ja, dat wil ik ook wel eens weten.'
'Dat is een gedragstoornis,' doceerde Maartje. 'Ik heb het gegoogeld!'
Nu vond ik een interventie op z'n plaats: 'Het is geen gedragsstoornis Maartje! Het is iets anders.'
'Wat dan?' wilde Jan weten.
'Ehm... eigenlijk betekent het inderdaad gewoon dat je geweldig bent Jan.'

'Zie je wel!' lachte Jan.
En hij nam nog een hele grote hap kinderspaghetti, en zag er heel gelukkig uit.

10-07-2010

Nog drie levens

Als een maanzieke minnaar hangt hij voor onze deur rond: het lawaaiige buurjongetje.

Gisteren speelden ze schietverstoppertje. Het buurjongetje trad op als revolverheld, en knalde één voor één mijn kinderen neer. Gelukkig hadden ze meerdere levens, dus het duurde even voor ze definitief om zeep waren geholpen.
'Nog drie levens Piet!' hoorde ik hem schreeuwen, waarop Piet het op een lopen zette, om zich opnieuw te verstoppen. Maar ik wist: 'Die gaat een zekere dood tegemoet.'
Ons huis schudde op haar grondvesten, want schietverstoppertje speel je binnen als het buiten tropisch warm is.

Dus toen Piet vandaag vroeg: 'Mag ik met Pim spelen?' antwoordde ik opgewekt: 'Prima, maar dan wel bij hun!'
Binnen tien minuten was Piet weer thuis, met in zijn kielzog Pim. Het zogenaamde Boemerangeffect.
'Piet mag naar binnen, maar Pimmetje, jij vandaag niet,' probeerde ik, maar toen ik de gebroken blik in zijn chocoladebruine ogen zag, harkte ik bij: 'Tenzij je vandaag niet zo schreeuwt.'
'Goed, Otsmoeder,' knikte hij zoet.

En toen gingen ze Schiettíkkertje doen.

Ik vraag me af hoeveel levens ík nog over heb na deze vakantie.

16-05-2010

Broer, broerder, broerst

Ik stond de aardappels te schillen toen in de tuin plotseling een sirene afging. Het was Ot die met het hoofd in de nek geworpen, een kermende solo weggaf, en daarbij smartelijk zijn rechteram vasthield.
Dus ik smeet het keukenraam open en riep: 'Watskeburt, watskeburt!'

'Piet heeft Ot geslagen met een stok!' schetterden de twee aanwezige buurjongetjes opgewonden.
'En waar is Piet nu?' vroeg ik verbolgen.
'Die is weggelopen,' wisten ze.
Bij het horen van mijn lieflijk stemgeluid kermde Ot nog wat harder, als een voetballer die hoopt zijn tegenstander een rode kaart te bezorgen.

Zuchtend legde ik mijn schilmesje weg, en veegde mijn natte handen af aan mijn schort. Ontdekte dat ik weer eens geen schort droeg, en beende met morsige rok naar buiten.
Daar bleek Piet niet ver gevlucht te zijn, want hij had zich bij de garagedeuren gepositioneerd, met een grote stok in zijn hand en een schuldige blik in de ogen.

'Ga jij maar eens nadenken hoe het de volgende keer beter kan,' mopperde ik, en begeleidde hem naar zijn slaapkamer. 'Je mag elkaar geen pijn doen,' vatte ik kernachtig samen, en denderde weer naar beneden.
Daar was Floris bezig met een stukje nazorg en psychologische begeleiding voor Ot, en schichtig vluchtte ik naar de keuken en de aardappels om verdere betrokkenheid te vermijden.

Maar door het keukenraam hoorde ik even later de twee buurjongetjes vol sensatie aan Ot berichten: 'Ja, en in de bijbel waren ook twee broers, Kaïn en Abel, en die sloegen elkaar ook met stokken.'
'Maar Abel sloeg zijn broer toch dood?' vroeg Ot praktisch.
'Oh ja,' ontdekten de buurjongetjes teleurgesteld, en ik zag de sensatiezucht uit ze wegebben, nu Piets misdaad tot een relatief klein vergrijp gereduceerd was.

'Zullen we dan maar oorlogje gaan spelen?'

13-04-2010

Spelen

'Triiiing!' gaat voortdurend die ellendige deurbel. En negeren heeft geen zin, want dan bellen ze gewoon nog een keer, en parkeren uiteindelijk treiterig hun vinger op de bel.

Dit keer was het een buurjongetje, dat verwachtingsvol naar mij opkeek en vroeg: 'Mag Ot spelen?'
'Hij is al ergens buiten,' wist ik, 'En Piet en Teuntje zijn ook al ergens aan het spelen.'
Hij blikte teleurgesteld naar zijn schoenen.
'Ik heb nog wel Jan in de aanbieding!' bood ik gul aan.
Daar klaarde hij van op, en nu zijn hij en Jan rondjes aan het fietsen.

Maar ik ben nu wel behoorlijk door mijn voorraad heen.
De volgende die aanbelt zal het met Floris moeten doen.

30-03-2010

Onschuld

Ook al kreeg Jan (13) dit schooljaar gratis een spoedcursus Seksuele Voorlichting In Schuttingtaal, zijn onschuld is hij gelukkig nog niet verloren.

Hevig giechelend vertelde Maartje (14) tijdens de avonddis over een klasgenootje dat een bezoekje aan de slaapkamer van haar ouders had gebracht, en daar in het nachtkastje, handboeien had aangetroffen.
'Wat is daar raar aan?' wilde Jan weten. 'Is haar vader soms bij de politie?'
Maartje wierp Jan veelbetekenende blikken toe, maar het kwartje wilde nog niet vallen.
'Dat is toch best handig?' vond Jan. 'Misschien hebben ze die in huis voor als er iemand inbreekt.'

'Ja Maartje,' mengde toen ook Piet (6) zich in de discussie. 'Of ze gebruiken ze om inbrekertje te spelen,' en sloeg daarmee ongetwijfeld de spijker op de kop.

11-03-2010

Papa is stout

Ik maakte verveeld de wekelijkse gang naar het naburige dorpje Zelhem voor Piets zwemles, toen Piet plotsklaps aankondigde: 'Papa is hartstikke stout!'
'Oh ja?' vroeg ik afwezig, want ik was afgeleid door een flinke portie zelfmedelijden dat ik al wéér naar zwemles moest.

'Ja, hij zegt allemaal stoute woorden als de auto's voor hem sloom zijn!'
Nu had Piet mijn volle aandacht en scherp vroeg ik: 'Wat zegt hij dan?' en ik nam me voor zelf eens wat hartige woorden met Floris te wisselen. Persoonlijk dacht ik aan: 'ondermijnende invloed,' 'asociaal,' en 'ik doe de hele dag mijn best om ze goed op te voeden en dan zit jij gewoon te schelden?!'

Daar moest Piet even over nadenken. Toen onderbrak hij mijn innerlijke monoloog tegen Floris en piepte: 'Stom rotjoch, rij eens door!'

18-01-2010

Voorlichting

Onderweg maar school peinsde Piet over het vraagstuk hoe baby's in godsnaam het lichaam van hun moeder weten te verlaten.

'Niet via de buik hè mama, maar via het plassertje,' wist hij.
Ik deed mijn mond open om hem te vertellen over de vagina als uitgang, want ik heb ooit gelezen dat je als moeder extra punten krijgt als je een duidelijk onderscheid maakt tussen alle drie vrouwelijke uitgangen, te weten: urinebuis, anus en vagina.

Maar Piet vervolgde al: 'Doet dat dan geen pijn? Want een baby is toch veel groter dan een plassertje?'
Ik knikte, 'Ja dat doet wel pijn Piet.'
'Gaat het plassertje dan ook kapot?' vroeg Piet bezorgd.
Ik dacht terug aan die eerste dagen na een bevalling, waarbij elk toiletbezoek een brandende marteling was, en knikte opnieuw.

Toen pakte Piet mijn hand, keek zwijgend naar mij op, en plakte een kleverige kus op mijn hand.

Ik voorzie een grote en begripvolle toekomst voor Piet als gynaecoloog.

27-11-2009

Een onfortuinlijke serie van gebeurtenissen

Op een onfortuinlijke woensdagmiddag belde het secretariaat van Jans school: 'Mevrouw, er is niets ernstigs, maar Jan heeft een vervelende mededeling. Hier komt tie.'

Ik hoorde wat gerommel en toen Jans stem: 'Mama, mijn fiets is gejat! Kom je me halen?'
Al lang blij dat Jan in orde was, propte ik mijn twee ongeleide projectielen, ook bekend als Ot en Piet, in de auto en karde naar Jans school.

'Ik had vergeten de fiets op slot te doen,' antwoordde Jan op mijn vraag hoe de diefstal in zijn werk was gegaan, en voegde er aan toe: 'Wat eten we vandaag?'
Boos over zijn ogenschijnlijke nonchalance brieste ik: 'Hoe dacht je nou morgen naar school te gaan?!'
'Lopes,' meende Jan.

'We vragen wel of we een fiets van opa en oma mogen lenen,' bedacht ik snel, en crosste richting mijn ouders, waar we op onze beurt een fiets jatten, want mijn ouders zijn drukbezette babyboomers en waren uiteraard niet thuis.

'Fiets jij de acht kilometer maar naar huis Jan,' sommeerde ik, 'en denk maar eens goed na hoe het de volgende keer beter kan!'
Jan vond het allemaal best, en tevreden over mijn daadkracht en creativiteit schreef ik een briefje aan mijn ouders getiteld 'Nood breekt wet', en reed naar huis.

De volgende dag vertrok Jan tot wederzijdse tevredenheid en onder vele bezweringen: 'Denk er om dat je hem op slot zet Jan, want het is de fiets van opa en oma!' naar school. Maar die middag, ik maakte net de fruithap klaar, ging de deurbel.

'Mevrouw ik heb zojuist uw zoon op mijn motorkap gehad!' deelde een onbekend heerschap mij mee.
Geschrokken keek ik de man aan. 'Mijn zoon Jan?!'
'Ja, hij mankeerde niks, maar hij had wel dood kunnen zijn,' somberde de man.

Met trillende beentjes vroeg ik de man binnen, waarna hij verslag deed van de onfortuinlijke gebeurtenissen. 'Ik had net mijn vrouw uit het ziekenhuis gehaald, waar ze lag met hartklachten,' hij wierp me een veelbetekenende blik toe, 'en toen vloog ineens uw zoon over de motorkap.'

'Maar hij mankeerde niets?'
'Nee, maar ik heb natuurlijk wel schade aan de auto, dus ik dacht ik kom maar even langs. Zijn remmen deden het niet, zei uw zoon.'

Nu ging me een lichtje op. 'Gisteren is de fiets van mijn zoon gestolen, en vandaag had hij een geleende fiets met handremmen. En hij is een terugtraprem gewend. Ik had kunnen weten dat dat gevaarlijk kon zijn,' verweet ik mezelf.

De meneer knikte instemmend, en herhaalde zijn eerdere onheilsboodschap: 'Hij had wel dood kunnen zijn.'
Ik wilde net de pek en veren halen om mijzelf daarmee te besmeuren toen ik bedacht: 'Het is allemaal de schuld van die stomme dief! Ik mag hopen dat hij met de fiets tegen een boom rijdt!'
Dat leek de meneer een goed idee, en kameraadschappelijk wisselden we telefoonnummers en beloftes over onze verzekering uit, waarna we afscheid namen.

Toen ging ik, als Zuster Anna, op de uitkijk staan om te zien of Jan er al aan kwam. En toen hij kwam aanwandelen met zijn kapotte fiets, knelde ik hem aan mijn boezem en verklaarde: 'Wat ben ik blij dat er niks met je is!'
'Fijn dat je niet stuk bent Jan!' piepte Piet.

Dat vond Jan ook, en toen vroeg hij: 'Wat eten we vandaag?'
Want Jan is niet zo snel van zijn stuk.

17-11-2009

Groepsproces

Het waren twee koningskind'ren,
Zij hadden malkander zo lief,
Zij konden bijeen niet komen,
Het groepsproces was veel te diep.


Er waren eens twee jongetjes in groep vier. Ze vonden elkaar in groep drie en waren sindsdien onafscheidelijk. Ze hadden alleen maar oog voor elkaar, en leken niemand anders nodig te hebben. En als je ze vroeg wie er verder nog in hun klas zaten, dan keken ze je verbluft aan, glimlachten vriendelijk en bleven het antwoord schuldig.

Dus mochten ze op vrijdag niet meer met elkaar spelen om het groepsproces en nieuwe vriendschappen te bevorderen.

Nu gaat het ene jongetje voetballen, en het andere speelt met zijn broertje.

Lang leve het groepsproces.

08-11-2009

What's in a name

Jan kijkt niet op een verkeerde klemtoon, of zelfs een verkeerde naam. Dus toen hij bij me kwam en zei: 'Die Stefan, die bij Piet in de klas zit, is een viespeuk mama!' dacht ik dat hij hem was tegengekomen op Hyves. En stiekem veroordeelde ik Stefans ouders die hem al op zesjarige leeftijd op het internet lieten ronddolen.

'Ja, want hij zei: 'Mijn pik zit tussen mijn rits,' en hij zei ook een paar 'lul', lichtte Jan toe.
Toen viel het kwartje: 'Oh, je bedoelt Hénkie, die nu met Piet buiten aan het spelen is!'
'O, heet tie Henkie?'
Het was even stil.
'Nou ja, het is in ieder geval een viespeuk,' besloot Jan.

06-11-2009

Griepen over de Mexicaanse Griep


Toen ik vanmorgen naar de apotheek ging voor een hoestdrankje voor Piet, joeg de apothekersassistente me als extra service, de stuipen op het lijf.

'Heeft u de dokter al gebeld, want deze ochtend stond er in de krant dat er weer een aantal kinderen aan de Mexicaanse griep is ov...' ze maakte het woord niet af, en zweeg veelbetekenend.
'Overleden,' opperde ik behulpzaam, want ik geef graag het goede antwoord.
'Inderdaad,' knikte ze, en ik voelde de rush van dat aangename weten: 'Ik gaf het goede antwoord!' Maar toen drong de inhoud van wat ze zei tot me door en de rush maakte plaats voor onrust.

'Maar volgens mij heeft hij gewoon een virus, of een griepje.'
'Tsja, maar u weet maar nooit. Bovendien: u gaat het weekend in, en we willen niet dat we er niet alles aan gedaan hebben.'
Met nieuwe interesse keek ik haar aan: ik had hier duidelijk te maken met een onheilsprofeet in apothekersassistente vermomming.

Niettemin was mijn volgende gang de huisarts, waar ik de apothekersassistente verklikte en toch wat aangeslagen verslag deed van haar onheilsprofetieën.

Zoals ik wel had verwacht, raadde de dokterassistente mij aan Piet goed in de gaten te houden, en als ik me echt ongerust maak te bellen. Daarbij is koorts niet de belangrijkste graadmeter, maar zijn gedrag. Hoe drukker en vervelender hoe beter!
'En doet u hem vooral niet naar school!' gaf ze nog als laatste, wonderlijk, advies mee

Gerustgesteld ging ik naar huis, maar besloot Piet toch maar even te temperaturen. Terwijl de thermometer in snel tempo naar de veertig graden klom, voelde ik voor het eerst de schrik in mijn benen slaan.
'Het gedrag is belangrijker, het gedrag is belangrijker,' stelde ik mezelf gerust. Inmiddels is de koorts enigszins gezakt naar een respectable 39,7.

Maar ik vraag soms me af wat erger is: de Mexicaanse griep of de hype en angst er om heen.

04-11-2009

Patat met zand

Een leipe patatboer parkeert zijn mobiele snackbar bij een school. Zo kon het gebeuren dat Jan gisteren thuis kwam met de mededeling dat zijn vriendje hem had getrakteerd op een frikandel speciaal, met mayonaise, curry en uitjes.

'Oooh,' juichte Maartje, 'bij mij in de klas zeggen ze dat als iemand daar patat laat vallen ze het gewoon van de grond oprapen, en weer in de frituur gooien!'
Ik gruwde, maar Jan schokschouderde: 'Goed dat ik een frikandel had dan.'

09-09-2009

Perspectief

Dat twee mensen heel verschillende dingen kunnen zien in een zelfde situatie of object, is een les die ik tot vervelens toe krijg voorgeschoteld, dankzij Floris. Maar ook de kinderen geven wel eens een demonstratie.

Vandaag wandelde ik weer eens met ze van school naar huis, toen een babyboomer ons passeerde in zo'n hippe scootmobiel.
'Ik wou dat ik zo'n rolstoel had,' verzuchtte Teuntje, maar Piet constateerde wreed: 'Die oma had twee pukkels!'

De babyboomer wierp een vernietigende blik achterom. Haar oren hadden de tand des tijds blijkbaar beter doorstaan dan haar benen.

Maar ook dat is wellicht een kwestie van perspectief.

08-09-2009

Moeder hoe laat is het?

Tegen half vijf in de middag stijgt de spanning bij ons thuis.
'Hoe laat is het?' vragen de kinderen om één over vier, twee over vier, drie over vier, vier over vier, vijf over vier enz, want om half vijf begin ik met koken en mogen ze een half uurtje computeren.

Met argusogen slaan ze mij gade: 'Wat doe je mama?' want als ze ook maar vermoeden dat ik ga koken, sjezen ze en masse naar de computer.

Vandaag besloot ik eens wild te doen en de zigeunergehaktschnitzels, die ik in de aanbieding bij de C1000 had gekocht, al om vijf voor half vijf in een pan te smijten. Ik pakte de feloranje schijven uit de koelkast, en verdedigde mezelf in gedachten tegen Gillian McKeiths venijnige stem: 'That's processed muck!'. Want uiteraard vinden de kinderen ze heerlijk.

Terwijl ik de braadpan pakte hoorde ik opgewonden gesmoes: 'Wat doet ze, wat doet ze, wat doet ze??'
En toen, als een voice over bij een sportwedstrijd waar de spelers het jammerlijk laten afweten, hoorde ik de sombere stem van het buurjongetje: 'Ze gaat alleen maar een pan pakken....'

06-09-2009

Egocentrisme

Piet (6), gebruikt zijn broer Ot (8) graag als menselijke meetlat om zijn eigen groei te meten. Maar ook al gebruikt hij Ot als maatstaf, uiteindelijk draait alles om hem.

Toen hij na de vakantie niet langer tot Ots kin reikte, maar genoegen moest nemen met borsthoogte concludeerde hij dan ook: 'Mama, ik ben gekrompen!'